Wanneer plagen pesten wordt

Plagen is een geintje. Bij plagen is het niet de bedoeling om iemand pijn te doen of te kwetsen. Plagen kan zelfs best leuk zijn. Pesten is gemeen en bedoeld om iemand pijn te doen, te kwetsen en te laten voelen dat hij of zij waardeloos is. Iemand negeren kan ook een vorm van pesten zijn.

Pesten is iets anders dan plagen. Plagen gebeurt tussen ongeveer gelijkwaardige of even sterke partners en het gebeurt naar beide kanten en beide partijen zien plagen als een spelletje of een lolletje. De bedoelingen van een plagend kind zijn niet slecht, al kan een plagerij ook “pijnlijk” zijn. Bij pesten is echter sprake van een ongelijke machtsverhouding. De pester heeft - bewust of onbewust - de intentie om zijn slachtoffer te kwetsen.

Je kind wordt gepest

Het kan toch gebeuren dat je kind gepest wordt, ook al zegt je kind het niet. Je kunt het merken als hij/zij:

  • niet meer graag naar school gaat;
  • niet meer graag buiten speelt;
  • geen vriendjes mee naar huis neemt;
  • slecht slaapt of lichamelijke klachten heeft;
  • steeds minder durft en steeds banger wordt voor andere kinderen.

Wat kun je doen

Neem je kind serieus en praat erover. Probeer samen met je kind te bedenken hoe het pesten kan stoppen en doe nooit iets waarvan het kind niet op de hoogte is of wat het kind niet wil. Benader ouders, leerkrachten of de leider van een groep en bespreek het probleem. Informeer regelmatig hoe het gaat. Je kind schiet er zelden iets mee op als je adviseert flink te zijn, er niets van aan te trekken of het pesten te negeren.

Je kind is de pester

Het kan zijn dat jouw kind een pester is als je merkt dat hij/zij:

  • opvallend stoer doet;
  • steeds in een vaste groep optreedt en zelden vertelt wat hij/zij doet en waar;
  • zich opvallend agressief gedraagt en roddelt over andere kinderen;
  • erg tegendraads en opstandig is en steeds probeert zijn zin door te drijven.

Wat kun je doen

Neem ouders die zeggen dat jouw kind pest serieus. Maak duidelijk dat je pesten afkeurt. Bespreek het pestgedrag samen met je kind en maak afspraken. Houd in de gaten of het pestgedrag ook inderdaad stopt.

Pesten stopt nooit vanzelf

Om pesten te stoppen moeten er maatregelen genomen worden. In eerste instantie naar de pester en gepeste toe. Maar ook de groep, de ouders en de leerkracht moeten hierbij betrokken worden.

De vijfsporen-aanpak:

  • steun bieden aan het kind dat gepest wordt;
  • steun bieden aan het kind dat zelf pest;
  • de middengroep betrekken bij de oplossingen van het pestprobleem;
  • werken aan het tot stand brengen van een algemeen beleid van de school rond veiligheid en pesten waar de hele school bij betrokken is;
  • de ouders steunen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met CJGgeeftantwoord (0800-2540000 of info@cjggeeftantwoord.nl)