Stress

Iedereen heeft wel eens last van stress. Je bent bijvoorbeeld gespannen omdat je vlak voor een examen zit, of wanneer je een presentatie moet houden voor de klas, of wanneer je je vriend/vriendin iets heel vervelends moet vertellen.

Een beetje stress is niet erg. Het is zelfs goed, omdat je dan extra geconcentreerd en alert bent en dat komt je prestaties ten goede. Maar de spanningen moeten niet te groot worden, want dan klap je dicht. Ze moeten ook niet te lang duren, want dan kun je allerlei lichamelijke klachten krijgen zoals vermoeidheid, slecht slapen, last van nachtmerries, onrustig en prikkelbaar, slecht concentreren, terneergeslagen of angstig, hoofdpijn, pijn in de nek en/of schouders, rugklachten, hyperventilatie e.d. Kortom allerlei verschillende klachten. De aard van het beestje…

Bepaalde gebeurtenissen of situaties kunnen spanningen teweeg brengen. Bijvoorbeeld als je iemand verliest waar je veel om geeft, als je ouders gaan scheiden of als er hoge eisen aan je worden gesteld. De een reageert daar heel anders op dan de ander. Sommige mensen lijken voortdurend gestrest, anderen zijn bijna altijd relaxed. Zij denken als hun ouders ruzie hebben: ‘Ach, dat waait wel weer over’. En als ze heel hard moeten blokken: ‘Morgen is er weer een dag’. Spanningen hebben te maken hoe je met gebeurtenissen om gaat.