Slaapproblemen

Veel kinderen kampen met slaapproblemen. Ze vallen bijvoorbeeld moeilijk in slaap. Of ze worden ‘s nachts angstig wakker. Dit is lastig voor henzelf, maar ook voor hun ouders.

Oorzaken

Levert het slapen of slapen gaan problemen op? Ga dan eens de volgende punten na:

  • 1. Is er een vaste regelmaat in het naar bed gaan?
  • 2. Vindt uw kind zijn of haar kamer en bed plezierig?
  • 3. Is de kamer te warm, te koud of niet goed geventileerd?
  • 4. Slapen er meerdere kinderen op een kamer die elkaar wakker houden?
  • 5. Is uw kind erg druk en ‘s avonds nog te opgewonden om te kunnen slapen?
  • 6. Zijn er zaken waarover uw kind piekert of is het ergens bang voor?
  • 7. Is er veel lawaai in huis of op straat?

Wat is belangrijk?
De onderstaande ideeën zijn belangrijk voor alle kinderen die kampen met slaapproblemen:

  • • Bepaal een vaste bedtijd en houd u daaraan.
  • • Vertel ruim van te voren dat het bedtijd wordt. Uw kind kan zich hier dan op
  • voorbereiden.
  • • Maak van het naar bed gaan iets plezierigs. Lees bijvoorbeeld samen een verhaaltje of
  • zing nog even een liedje. Heb daarbij alle aandacht voor uw kind.
  • • Houd een vaste volgorde aan bij het naar bed gaan aan. Bij voor beeld: plassen-tanden
  • poetsen-voorlezen.
  • • Zorg dat uw kind een duidelijke eigen slaapplek heeft. Dit kan een eigen kamer zijn,
  • maar ook een eigen hoek in de slaap kamer.
  • • Stuur uw kind overdag niet voor straf naar bed. Daarmee voorkomt u dat het naar bed
  • moeten als strafmaatregel wordt gezien.
  • • Als u uw kind belooft dat u over een kwartier nog even komt kijken, doe dit dan ook. Ook
  • al verwacht u dat uw kind al slaapt, ga er toch even naar toe.

Moeilijk in slaap vallen

Slaapt uw kind slecht in? Blijft het nog uren spoken? Probeer dan eens één van de
volgende mogelijkheden:

  • 1. Misschien heeft uw kind minder slaap nodig. Is het overdag voldoende fit en niet
  • vervelend? Breng het dan eens iets later naar bed.
  • 2. Rust en ontspanning zijn belangrijk om goed in te kunnen slapen. Houd uw kind
  • daarom een uur voor bedtijd rustig. Dus geen wilde spelletjes, spannende tvpro
  • gramma’s of griezel verhalen.
  • 3. Een warme douche en een beker warme melk kunnen helpen. Ze geven ontspanning.
  • 4. Zorg voor een frisse slaapkamer met een leuk bed. U kunt het bed gezellig maken met
  • bijvoor beeld knuffelbeesten.
  • 5. Praat nog een poosje voor het slapen gaan met uw kind. Zo kunnen proble men, vragen
  • of spanningen van overdag nog even besproken worden.
  • 6. Lees een poosje voor. Of laat uw kind zelf nog een kwartiertje lezen. Lezen ontspant,
  • kinderen vallen er gemakkelijker door in slaap.

Bang in het donker

Vooral jonge kinderen zijn soms bang in het donker. Ze kunnen fantasie en werkelijkheid
nog niet goed uit elkaar houden. Ze zien daardoor dingen die er in werkelijkheid niet zijn.
Zo lijken de kleren op de stoel in het donker op een spook. Voor hen is het een echt spook.
Jaag in zo’n geval samen het spook weg.
Vouw de kleren op of leg ze ergens anders neer. Het gaat pas slapen als het zeker weet dat
‘het spook’ is verdwenen.
Een nachtlampje biedt vaak ook uitkomst. Met een klein beetje licht kan uw kind alles wat
beter onderscheiden. Er zijn ook kinderen die in het donker niet weten waar ze zijn. Ze zijn
verdwaald en voelen zich verlaten. Ze weten niet waar ze naar toe moeten. En raken
daardoor in paniek. Ook voor hen biedt een nachtlampje uitkomst. Met een heel klein
beetje licht weten ze waar ze zijn.

Broninformatie:
Folder GGD Slaapproblemen

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met CJGgeeftantwoord.
0800-2540000 of info@cjggeeftantwoord.nl